We houden in Regio Zwolle van samenwerken en hebben er in positieve zin de mond vol van. Ondernemers, onderwijs en overheid aan één tafel. Triple helix, tripartiet, samen sterk. Mooier gaat het niet worden. Toch knaagde er iets aan mij tijdens de Kerstvakantie: waarom komt het, ondanks alle samenwerking, op economische samenwerking niet echt los? Mijn conclusie: te weinig eigenaarschap, te weinig scherpte over wie wanneer het voortouw neemt en gebrek aan urgentie gevoel.
In december kwam rapport Wennink uit. Iets waar we als bestuurders nieuwsgierig naar waren. Hoe ging hij het vermaarde rapport Draghi in de Nederlandse context plaatsen? Het rapport bevestigde dat we in Regio Zwolle de juiste thema’s op de agenda hebben: leven lang ontwikkelen, bedrijventerreinen, ondernemersdienstverlening, productiviteit, innovatie, circulair en financiering. Het probleem is dus niet gebrek aan inzet of middelen.
Wennink legt uit dat Nederlandstaat voor een productiviteitsopgave die we niet oplossen met meer overleg of meer mensen. De arbeidsmarkt is leeg, de ruimte schaars, de energie beperkt. Groei is nodig om brede welvaart te behouden, maar groei kan alleen nog slimmer werken. Dat vraagt naar zijn mening om heldere randvoorwaarden en scherpleiderschap. Juist daar gaat het vaak mis in tripartiete samenwerkingen. Iedereen voelt zich verantwoordelijk, maar niemand is echt eigenaar. Ondernemers wachten op beleid, onderwijs op vraag, overheid op consensus. Het resultaat is bestuurlijke mist. Veel pilots, weinig schaal, veel ambitie, weinig doorbraak.
Wennink schrijft dat productiviteitsgroei ontstaat in bedrijven. Daar waar technologie wordt toegepast, processen worden aangepast en investeringen worden gedaan. Daar hoort dus de lead te liggen. Niet omdat ondernemers “belangrijker” zijn, maar omdat alleen zij daadwerkelijk kunnen besluiten om anders te gaan werken. Tegelijkertijd waarschuwt Wennink dat ondernemers dit niet alleen kunnen. Technologie, AI en nieuwe industriële toepassingen vragen om richting en keuzes. Wat is strategisch relevant? Wat draagt bij aan verdienvermogen op de lange termijn? Dat is het domein van kennisinstellingen. Met name het wetenschappelijk onderwijs, samen met het hbo. Op de arbeidsmarkt geldt een andere logica. De krapte is structureel. De oplossing zit niet in diploma’s, maar in vaardigheden. Hier ligt de natuurlijke lead bij hbo en mbo: dicht op de praktijk, snel aanpasbaar, gericht op om- en bijscholing.
En dan de randvoorwaarden. Ruimte, energie, infrastructuur. Wennink is daar onverbiddelijk: zonder vergunningen, netcapaciteit en bereikbaarheid is elke economische strategie een papieren werkelijkheid. Dit is geen overlegvraagstuk, maar een doorzettingsvraagstuk. De overheid móét hier leiden.
En wat vraagt dit van een Economic Board? Niet uitvoeren en niet managen. Maar richting geven, keuzes concreet maken en durven begrenzen. Ook moeten we partijen durven aanspreken als ze hun rol niet pakken. Wennink noemt het gebrek aan slagkracht een systeemfout. Indien wij als Board deze systeemfout niet adresseren, worden we onderdeel van het probleem.
Tripartiet samenwerken betekent niet dat iedereen overal evenveel te zeggen heeft. Het betekent dat we accepteren dat leiderschap verschuift per opgave. Pas als we dat durven te organiseren, ontstaat de productiviteitsdoorbraak waar Regio Zwolle zijn toekomstige welvaart aan te danken heeft.
Jelle Weever
Ondernemer & Voorzitter Economic Board Regio Zwolle



