Water kent geen gemeente- of provinciegrenzen. Het baant zich een weg door het landschap, via rivieren, kanalen, weteringen, grondwater, plassen en meren. Vanwege de woningbouwopgave is het belangrijk te weten hoe het water stroomt en waar de natte en de droge plekken zich bevinden, zodat we nieuwe huizen op de veiligste locaties en op een veilige manier bouwen. ‘Samenwerking tussen gemeenten, provincies en waterschappen is daarbij essentieel, want als het hoog water is in de ene gemeente, kan dat natte voeten geven in de andere gemeente.’
Deze oproep om samen te werken, komt van Nicole Koks (bestuurder Waterschap Drents Overijsselse Delta) en Sietske Poepjes (burgemeester Olst-Wijhe). Zij zijn de opdrachtgevers voor het programma Regionale Sponsstrategie (RSS). Vanuit Novex-gebied Regio Zwolle (Nationale OmgevingsVisie EXecutiekracht) zetten zij samen de schouders onder dit programma voor de 22 gemeenten, 4 provincies en 4 waterschappen in Regio Zwolle. Zij hebben daarmee grofweg vier doelen: 1. Mogelijkheden achterhalen voor het vasthouden, vertragen en bergen van water. 2. Kansrijke plekken voor nieuwbouw in kaart brengen. 3. Watermitigerende maatregelen inzichtelijk maken. 4. Gemeenten, provincies en waterschappen aanmoedigen om samen voor een klimaatadaptieve regio te zorgen waar het veilig en droog wonen is.
Klimaatadaptieve groeiregio
Kansen zijn er volop, zeggen Koks en Poepjes: ‘Regio Zwolle is een klimaatadaptieve groeiregio; verstedelijking en klimaatadaptatie kunnen hier samengaan. En dat is nodig, want de woningnood is hoog.’
‘Maar alle courante plekken voor woningbouw zijn al vergeven. Logisch, want al toen men in de middeleeuwen ging bouwen, werden de hoger gelegen gebieden als eerst benut. De minder courante plekken zijn inmiddels ook bezet. Dus komen we in Nederland uit op de totaal níet courante plekken’, zegt Poepjes. Op sommige plekken kan echt niet gebouwd worden zonder in te toekomst problemen te krijgen met bijvoorbeeld wateroverlast, zoals ondergelopen kelders of voor een langere periode water op straat. Op andere plekken kan het wel: ‘zo’n plek kan geschikt worden gemaakt, maar dan is vaak ook een en ander nodig bij een buurgemeente. Wil je bijvoorbeeld bouwen in een polder, dan moet je misschien in een naastgelegen gemeente meer ruimte voor de rivier maken – om maar een voorbeeld te noemen. Gemeente zijn het dus aan inwoners verplicht om buiten de eigen grenzen te kijken, want alleen sámen komen we tot oplossingen. Want water houdt zich niet aan gemeentegrenzen.’
Niet dwingend, maar dringend
Koks en Poepjes benadrukken dat het programma niet als doel heeft om overheden te verplichten tot welke maatregelen of samenwerkingen dan ook. ‘Het is niet dwingend, maar wel dringend’, slaat Koks de spijker op zijn kop. ‘Ons doel is alle bestuurders in Novex-gebied Regio Zwolle te doordringen van de urgentie om samen het water in goede banen te leiden, zodat er voldoende kansen zijn voor het vergroten van de woningvoorraad voor de inwoners van de 22 gemeenten van de bestuurlijke Regio Zwolle.’
Analyses als houvast voor gemeenten
Om bestuurders een vliegende start te geven, hebben Poepjes en Koks acht analyses laten maken, samen met gemeenten, provincies en waterschappen. Van alle zeven stroomgebieden binnen Regio Zwolle één en nog een analyse gericht op het geheel. ‘Het zijn wetenschappelijke onderzoeken. Dankzij dit voorwerk weten gemeenten hoe het water stroomt en welke afhankelijkheden tussen verschillende plekken en gemeentelijke gebieden er zijn. En dat is in ieder stroomgebied anders. Wat dat betreft is Regio Zwolle een afspiegeling van Nederland; we hebben gebieden ver beneden Normaal Amsterdams Peil (NAP), gebieden ver daarboven en van alles er tussenin’, zegt Poepjes.
‘Ook ik leer door dit programma veel over ‘mijn’ eigen gemeente Olst-Wijhe, die wordt gekenmerkt door de weteringstructuur. Die structuur is door mensen aangelegd. Dat brengt de vraag, hoe verhoudt dat water zich tot dat in de IJssel? Ook op woningniveau geeft de analyse info en inzichten; oude huizen in Wijhe hebben bij hoog water ondergelopen kelders bijvoorbeeld.’
Realiteitszin en bewustwording
Dat soort details mag gemeenten niet ontmoedigen om op nog minder courante plekken toch woningen te bouwen, vinden Koks en Poepjes. ‘Reeve, een wijk in Kampen, is het jongste dorp van Nederland en gebouwd in van nature nat gebied. Daar hebben ze met de bouw rekening gehouden met heel natte omstandigheden. Naast dat in het bouwbesluit van Reeve is opgenomen dat iedere zolder een dakraam moet hebben waar een persoon doorheen kan, is er bewust gekozen voor veel groen en water in het nieuwe dorp. Een voorbeeld hiervan is dat er huizen op/in de klimaatdijk staan. Een unieke combinatie van hoogwaterbescherming, natuur en wonen.’
Dit soort oplossingen doet een beroep op de realiteitszin van inwoners.
Koks: ‘Ook inwoners moeten ervan doordrongen raken dat we concessies moeten doen om aan voldoende woningen te komen.’
In gesprek
Nu de analyses gereed zijn, gaan Koks en Poepjes opnieuw per stroomgebied met de betrokken bestuurders van gemeenten, provincies en waterschappen aan tafel. ‘Ons doel is dan om verdere bewustwording te creëren. De analyses moeten geen rapporten zijn die in de kast komen te liggen, maar een startpunt voor samenwerking om nieuwbouw en klimaatadaptatie hand in hand te laten gaan’, zegt Poepjes.
Op de vraag of de beide bestuurders nog een oproep hebben aan collega-bestuurders in de regio, antwoorden ze: ‘Ga in gesprek met elkaar. Of het nou in de stroomgebieden, in de gemeenteraad of met ondernemers en inwoners is. Kijk buiten je comfortzone om tot een oplossing te komen.’
Ideeën voor of vragen over de Regionale Spons Strategie (RSS)? Mail Nicole Koks of Sietske Poepjes.


